
Gisteren lazen we over het tempelplein waar Jezus alle tafels van de kooplui omver wierp. Op een ander moment zat Jezus op hetzelfde plein en was de sfeer rustiger. Hij keek toe hoe iedereen een donatie kwam afdragen in de schatkist van de tempel. Rijke mensen met handen vol briefgeld waarmee het belangrijke werk van de priesters kon worden ondersteund. Maar ook een arme weduwe. Iemand die weinig had en dus ook ‘slechts’ twee muntjes in de kist kon werpen. Daarvan was Jezus diep onder de indruk: ‘Zij heeft meer gegeven dan alle anderen’, zei Hij.💸
In het Bijbelse gavensysteem moest iedereen geld doneren aan de tempeldienst en de armen. Ook mensen die zelf arm waren. Dat kun je wreed vinden. Konden die rijke mensen niet twee muntjes extra geven opdat de weduwe die in haar zak kon houden? Ja, natuurlijk kon dat. Maar het punt van deze regeling was de uitgesproken overtuiging dat ieder mens iets te bieden heeft.💸
Mensen die arm zijn, hebben net zoveel te bieden als mensen met veel geld. Hun bijdrage telt substantieel mee, ook als het voor hun omgeving weinig lijkt. Daarnaast hebben ze veel immaterieel goeds te bieden. Liefde, trouw, aandacht, vriendschap, zorgzaamheid. Zaken die belangrijker zijn dan euro’s. EO
Geen opmerkingen:
Een reactie posten